Sunday, April 06, 2014


In 1989 kwam er een bundel uit met verhalen van Bruce Chatwin onder de titel “Wat doe ik hier?”. Het is de vraag van iemand die niet gebonden is aan een of andere religie, want iemand die gelooft kent het antwoord. Dat had je gedacht, getuige de gesprekken met mijn moeder over de dood, ze is nu negentig en ernstig aan het dementeren, de schat, ze twijfelt.
Wat zij hier deed was vooral moeder zijn, in de zin van ons gebaard te hebben, zes kinderen door een stormachtige kindertijd geloodst te hebben, om vervolgens in alle eenvoud, na de vroege dood van haar echtgenoot, een eenzaam bestaan te hebben geleid. Haar verhalen, die ik als kind talloze malen heb gehoord, waren die van heimwee naar een verloren tijd. Haar Indische verleden, heeft dan bij mij als zodanig ook een bepaald stempel gedrukt, vreemd genoeg die van een bepaalde weerstand.
In tegenstelling tot mijn vader, die vond dat je, eenmaal arm geboren, hij drukte dat mooi uit, “een dubbeltje, zal niet gauw een kwartje worden”, je moest neerleggen bij je lot.
Het is dat gegeven, wat hoe negatief het ook mag klinken, me naast de uitspraak van mijn moeder “jullie zijn niet zomaar bruintjes”, de stimulans en de drive heeft gegeven, zoveel mogelijk uit dit leven te halen.
Door mijn omgeving, die van het lager onderwijs bij de broeders, leerde ik dat er meer was dan alleen maar werken voor de kost. De invloed van kerk en kloosters was die van het geestelijke leven, de kunsten en de wetenschap.
Als kind gelovig, we moesten veel dingen, gedwongen naar de kerk en zo, leerde ik ook wat verhalen deden, welke invloed ze op je hadden.
De prachtige schilderingen in de basiliek, de Bijbelse geschiedenis, ze schiepen naast het normale wereldbeeld een imaginaire, als bij films, realiteit.
Is dat wat ons onderscheid als mens ten opzichte van de dieren. Kun je daar lering uit trekken, waarom we hier zijn?
In ieder geval gaf het me genoeg basis, om een leven lang met die vraag bezig te houden.

De kunst van leven, zou dan ook een mooi standaardwerk kunnen zijn, voor degene die zich geroepen voelen, mensen te onderwijzen.
Niet de educatie tot een succesrijk leven, want daar rust, vind ik te veel smet op.
Eerder een handboek wat je leert, hoe om te gaan met benarde situaties, die of wel te keren of te accepteren. Maar ook die van het celebreren van het leven, met al zijn prachtige momenten.

Je mag dan wel afhankelijk zijn van je milieu, de sociale klasse waarin je wordt geboren, er zou een mooie weg uitgestippeld kunnen zijn voor iedereen.
Daar draait volgens mij educatie, scholing om. Dat wat voor jou als individu past en zinvol is.
Een simpele gedachte voor een groot ding. Een helder antwoord voor een complex gegeven. Los van elke ideologie, want die worden te vaak gebruikt voor zelf verrijkende doeleinden. Delen in kennis kan daar een mooi stuk gereedschap voor zijn.

Bruce Chatwin inspireerde me niet allen met die vraag, om verder te denken, maar ook om te reizen. Andere mensen en hun cultuur te ontmoeten.
Het is die fysieke ontmoeting die maakt dat je leert hoe anderen zijn, daardoor creëer je ruimte voor iedereen, al blijft er enige scepsis bestaan ten opzichte van totalitaire denkwijzen, die helaas ook deel zijn van sommige religies.

Chatwin overleed 1989 op 49 jarige leeftijd na, volgens de persberichten toen, een in China opgelopen exotische schimmelziekte. Jaren nadien bleek het HIV te zijn, iets waar je toen niet mee te koop liep.

Sunday, June 16, 2013

WALDBUCH. 1.1 De kunst van het aquarelleren


Als je van aquarelleren houdt ben je vaak een mooi weer mens. Het is een manier van werken waarbij het droogproces een belangrijke rol speelt. Want hoe meer water je toevoegt aan het pigment, des te vloeiender wordt de materie. De kleur die zich vastzet in of op het papier is dan pas definitief, wanneer het water verdampt is. Werk je erg nat, dan zul je de tijd moeten nemen, geduld moeten hebben om het resultaat te zien en te beoordelen. Vooral dat laatste, weten hoe ver het staat met je werk is van primair belang, want schilderen met waterverf is als een ritueel. Een werkwijze waarbij je deel wilt worden van een proces dat vooral gebaseerd is hoe met het toeval om te gaan. Tenminste als je avontuurlijk bent aangelegd en niet alleen gaat voor het eindresultaat. Was aquarel voorheen vaak een tussenfase, die van een voorschets voor een definitief vaak in olieverf gemaakt schilderij, nu zijn er veel kunstenaars die het aquarelleren als autonome methode gebruiken. De puristen zullen een meer voorzichtige weg prefereren, die van natuurlijke droging, opgespannen papier, terwijl de experimenteel ingestelde aquarellist zich bedient van het motto, dat alles mag. Dat ik tot de laatste categorie behoor, komt door mijn altijd nieuwsgierige aard. Hoe ver kun je gaan, zijn er grenzen, dus vooral wat zijn de mogelijkheden. Het is net als bij koken, je hebt basisrecepten, maar door andere dosering en toevoeging van niet vooraf bepaalde ingrediënten zou het wel een heel anders, veel persoonlijker kunnen smaken. Je verwacht een bepaalde uitkomst, die is anders en kan dus erg verrassend zijn.
Zo is voor mij de zoektocht naar de abstracte aquarel altijd een enorme uitdaging geweest. Want hoe ga je om met kleurvlekken, die niet gebonden zijn aan een bepaalde vorm. Of wanneer je met dit medium de ruimte in gaat en het papier als ondergrond wil blijven gebruiken. Dan komt er een ander aspect om de hoek kijken. Die van hoe om te gaan met papier dat niet valk ligt, maar verscheurd, verknipt en met een ondergrond geassembleerd wordt. Het is je terug kind voelen, als in de kleuterperiode, plakken, scheuren, knippen, verven en lijmen. Met in eerste instantie het plezier van het doen.
Zo maak ik mijn serie van het bos. Eerst op kleine schaal, dan gedurfder en groter.
Het “Waldbuch” krijgt langzaam ook meer ruimtelijke vorm, tastbaarder en misschien ook fragieler.

Saturday, August 25, 2012

dOcumenta 13



Een panoramische foto als een soort Mesdag, hier dan slechts een halve cirkel in een van de paviljoens van het tweejaarlijks Kasselse kunstspektakel Documenta.
Er wordt een met zorg uitgekozen selectie van kunstwerken getoond. Deze keer is de in Italië wonende Amerikaanse curator Carolyn Christov-Bakargiev, die de nadruk heeft gelegd op het onzeker maken van de bezoeker, hiervoor verantwoordelijk. Niet het presenteren van een comfortabel schoonheidsideaal, overigens allang niet meer actueel in de hedendaagse kunststromingen, maar werken en projecten die je aanzetten tot denken. Dit is een ander uitgangspunt dan het tonen van alleen maar vakmanschap en virtuositeit. Dat geldt zeker voor dit door mij uitgekozen kunstwerk wat in eerste instantie overweldigt door haar formaat. Zoals bij een groot filmdoek waarbij je door de materie heen de ruimte in kijkt. Ditmaal in zwart-wit, wat hierdoor de fotografie benadrukt én een compositie van figuranten, die merendeels frontaal poseren. Het thema laat zich raden, je hoeft er alleen maar het huidige nieuws in de media over na te slaan en je interpretatie zijn loop te laten. Een knappe fotocollage en een zoveelste uitvergroot tafereel? Ja maar dan in zijn details uiterst verrassend.
Vraag je af waarom de in korte broek geklede man zich zo dicht bij het kunstwerk bevindt. Het is dezelfde neiging die ik altijd heb bij een bezoek aan het Rijks en bij de Nachtwacht de toets van Rembrandt’s meesterhand wil bekijken. Zo ook deze man, die niet de korrel van de foto ziet, maar de inslag van draden, stof.
Ja wonderbaarlijk, dit is een wandtapijt, de rest mag je er zelf bij verzinnen. Denk aan de gelaagdheid in materie en thema. Een genot voor het oog en voeding voor het brein. 
Het werk heet: Of what is, that is: of what is not, that is not 1, 2012.
Formaat: 5.2 X 17,4 meter gemaakt door Goshka Macuga.

Tuesday, June 05, 2012

Sicilië 1

Een man op de fiets stopt even, richt zich tot mijn fotograferende partner en vraagt: “British”, waarop Gonny met een bevestigend knikje “Yes” zegt. Ik kijk haar verwonderd aan, ik denk bij mezelf, verloochent ze haar ware nationaliteit niet? Maar de man is me te vlug af door in gebrekkig Engels te brabbelen dat het zulke “nice people” zijn en vraagt wat ze van Sicilië vindt. Daarop steken wij beiden als in een gezamenlijke reflex de duim op en voegen er wat “bella” aan toe, waardoor een bewoner van dit inderdaad erg mooie eiland, ook weer tevreden is gesteld.
Wat wil je nog meer, 25 graden en een strakblauwe hemel, een plein met oude knoestige ficus benjamin bomen omringd met levensechte palmen. Allemaal heel erg zuidelijk, soms Noord-Afrikaans, dit vanwege de strakke wit gepleisterde huizen met platte daken aan de kust, maar in de steden ook heel statig barokke en neoclassicistische paleizen. Anders dan het vaste land, altijd voelbaar de zee aanwezig vaak met uitnodigende boulevards en heerlijke vismarkten, met een diversiteit van soorten als in een zoölogisch aquarium. We verlustigen ons drie weken aan dit uiterlijk paradijselijke oord, waarachter zich wel de meest verschrikkelijke complotten hebben afgespeeld. Zoals een getuige, die we tijdens de tocht over de autosnelweg vanaf Palermo mochten waarnemen bij het passeren van een levensgroot moment ter nagedachtenis van Falcone en Borsalino, twee magistraten die het kwaad bestreden en bloederig aan hun einde zijn gekomen.
Je probeert dan stiekem ook iets van die achter de schermen opererende misdaadorganisatie op te vangen. De doctrine van de Amerikaanse maffiafilms zou iedereen tot maffioso maken, want er zijn typetjes genoeg te ontdekken die zo uit de film zouden zijn weggelopen.












Toch toont men wel een diepgeworteld respect voor de doden. Wanneer we tijdens een bezoek aan onze favoriete etensmarkt in de wijk Ballaro brengen, worden we plots geconfronteerd met wat op een oproer lijkt. Op een hoek van de straat, midden in het drukke marktgewoel worden mensen door een man, staande op een podium aangesproken. Is het een politicus of zo, in ieder geval wordt het stil en luistert iedereen er naar. Even later, horen we een bel luiden, een deur gaat open en er wordt een lijkkist naar buiten gedragen. Er vormt zich een stoet van mensen, jong en oud, maar vooral snikkende vrouwen, gekleed in rouwjurken met het hoofd half gesluierd. Waar de stoet langs komt met de kist getorst door noeste mannen, wordt de handel stilgelegd, kruistekens geslagen én geapplaudisseerd. Klappen voor een dode, is het een hommage aan zijn verdienste geleefd te hebben als een kind van het volk?
Ik bestel mijn biefstuk, wat heet, een grote lap rundvlees die ter plaatse wordt afgesneden op mijn aanwijzing, ja, anderhalf centimeter dik en reken zes euro af. De man overhandigt mij, de lap keurig ingepakt, eerst in plastic papierfolie met daarna de met zijn naam bedrukte verpakking eromheen. Met een brede glimlach en een smakelijk eten toegewenst, welgemeend, want later blijkt inderdaad, als ik het stuk uit mijn vispan, vanwege de grootte, op onze borden schuif, mals en smakelijk. Er is respect voor eten, dus ook respect voor leven. De markten daar zijn overvol met alles waarmee we een fantastische maaltijd kunnen bereiden. Bemerk ik iets iets van meedogenloosheid? Misschien wel, niets wordt verborgen gehouden, wie een varkenshoofd wil hebben krijgt er een, compleet en wel. En op een schaal liggen vier schapenkoppen uitgestald. Hun ogen starend in het niet, alsof ze met heimwee terugdenken aan die prachtige groene hellingen waar ze hun buikjes vol aten.


Tuesday, January 24, 2012

Boosheid



Er zijn van die momenten dat je niet weet waar het om gaat. Je bent geïrriteerd, je wind je op en je valt over de kleinste futiliteiten. Gefrustreerd loop je rond te banjeren, niemand in je buurt is voor je veilig. Als er al iemand in je directe omgeving aanwezig is anders richt je al die negativiteit op jezelf.
“heb je slecht geslapen?” vraagt je partner.
“nee, dat niet, maar ik had weer zo’n vervelende droom”
“het ging toch weer eens niet over je werk?”
En ja hoor, ze slaat de spijker op zijn kop.
Mijn werk, wat ik sinds enkele maanden achter me heb gelaten. Het lesgeven, wat ik bijna veertig jaar heb gedaan. Die school met al zijn leerlingen en collega’s. Wat een bak met energie was dat. Al die verschillende geesten, die alsmaar dachten, communiceerden, deel waren van jouw brein.
Als je er bij nadenkt, en je zou de vibraties in zo’n gemeenschap meten, dan zou dat een woeste oceaan zijn. Al die verschillende individuen die zeggen dat ze er zijn.
Natuurlijk heb je niet met iedereen contact, maar neem nu een situatie waarin je voor de klas staat. Al de ogen zijn op jou gericht. Je hoeft dan geen orakel te zijn, maar jouw mening is op dat momnet van belang. Wat jij gaat meedelen wordt genoteerd, daarover wordt nagedacht.
Vaak is zo’n wijze van lesgeven dan ook echt een soort van vruchtenpers. Je draait en duwt, de machine wringt zich onder je handen rond en na een dag van dergelijke inspanning heb je zelf nieuwe voeding nodig. De dynamiek van het overbrengen van leerstof, het genereren van leerprocessen, het zijn activiteiten die maken dat je wel op je top moet functioneren.
Het geeft uiteraard voldoening als je gehoord wordt. Nog eer als ze met slimme vragen komen en je weet ze te beantwoorden. Als docent ben je altijd op zoek naar die dialoog met inhoudelijke aspecten, die weergeeft dat er geleerd wordt.
Nu ik die hele machinerie achter me gelaten heb, is de reflectie die overblijft. Flarden van lessituaties spelen vaak door mijn hoofd. Daarbij spelen ook kritische kanttekeningen een belangrijke rol. Want zo ben je nu eenmaal, het kan altijd anders of beter.
“en daar droom jij nu over?”
Ik realiseer me dat het begon met het berichtte dromen over CKV, dat schaffen ze af, las ik in de krant. Gewoon een streep er door heen, net zoals bij literatuur, alsof je ideeën zomaar in ene naar de kloten kunt helpen. Een zoveelste bewijs dat we massaal afglijden naar een collectieve vervlakking, die van het kapitalistische consumentisme.
“nou, soms neigt het wel meer naar een nachtmerrie, één grote boze droom aan de rand van die donkere afgrond.”
Ik kijk haar aan “Misschien moet ik toch maar weer eens gaan schilderen."

Thursday, December 08, 2011

Leven op een heuvelrug



Leven op een heuvelrug
Het klinkt als een titel voor een roman. Misschien klopt dat ook wel, want als je roman koppelt aan romantisch en je kijkt terug op de romantiek in de kunst, dan herken je een aantal aspecten hiervan. Die duiden dan op de natuurbeleving, de interpretatie van die natuur en een soort van arcadisch beeld, ideaal, esthetisch en beladen. Die beladenheid vind je vooral dan terug wanneer weersomstandigheden zoals de storm die het bos geselt en mist die je doet wanen in een van de verhalen van Poe. Ondanks deze natuurkrachten voelt het bos nooit bedreigend, zijn beuken en eiken, iepen en naaldhout omringen je als een tweede huid, een afscherming waarin je kunt huizen. Een plaats die je gaat beleven als een gemeenplaats voor eenieder die oog heeft voor verandering in harmonie. Iedere wandeling roept verassingen op. Dan zijn het de verschillende zwamsoorten, ook speelt het licht een rol wanneer het gefilterd door het gebladerte een sprookjesachtige sfeer schept. Waar reuzenbeuken hun stevige poten in de aarde hebben, waan je je soms in een kathedraal. De vloer daarvan schoongehouden door de beukenbladeren die geen andere begroeiing toelaten. De heuvel oplopend, langs platgetreden paden bereik je de rand die uitkijkt over het Rijndal. In de verte zie je de schoorstenen van Emmerich, nog verder de heuvelrug die aan het Duitse Reichswald grenst. Als je noordelijk de horizon aftuurt, moet daar ergens de Veluwe liggen. Zo hoog is het niet, maar die luttele vijftig meter geven je wel het gevoel van ergens te zijn ver van de hectiek van het dagelijks menselijk verkeer. Het verblijf in het bos, geeft je een andere dimensie in het leven, zeker als je niet veel verder komt dan haar grenzen. Met het oog als camera, neem je de impressies waar en verwerk die in mijn kunst. Lijnenspel. Kleuren ze lossen op inde vlekkerige wereld van de aquarel. Vrij als een danser, bewegen mijn door de hand aangestuurde penselen zich door het gepigmenteerde water. Als vormen opdoemend uit de nevelen, ontstaat een structuur. Wanneer hou ik op, laat ik het overnacht rusten en wordt ik da andere dag getrakteerd op een mooi werk? Het blijft altijd weer een avontuur, een spel met verf en papier, met steeds in je achterhoofd, als een film afdraaiend die overweldigende natuur. Leven op een heuvel, in het bos, de wisseling van seizoenen, ik wil ze allemaal vasthouden.

Saturday, November 13, 2010

Iedereen een kunstenaar


Het gegeven alleen al, dat je kunst aan het maken bent.
Nog steeds heb ik er moeite mee om me na mijn dagelijkse beslommeringen, om te schakelen naar een ander leven.
Omdat ik er voor gekozen heb mijn kunst in alle vrijheid te maken, lees onafhankelijk van wie dan ook, is er de consequentie dat er uit andere bronnen levensmiddelen moeten komen.
Aan de andere kant geeft die vrijheid je ook de mogelijkheid, je zo uniek mogelijk te ontwikkelen.
Toch zit er in je achterhoofd altijd een publiek. Je maakt kunst niet alleen voor jezelf maar je heb ook de behoefte jou ervaringen te delen met een ander.
Wie die ander dan ook mag zijn!
Vaak dagdroom ik van een prachtige ruimte waar mijn werken tot zijn recht kunnen komen.
Als ik op vakantie ben dan gebeurd het ook dat ik op plaatsen kom, waarvan ik zeg "wauw, dit is nu precies zo’n stek waar ik zou willen exposeren."
Meestal is dit geen galerie of andere tentoonstellingsruimte, maar een gebouw waaraan sporen kleven van het verleden.
Vaak zijn het sacrale gebouwen, kerken of moskeeën.
Oude fabrieken of gevangenissen kennen ook eenzelfde sfeer, maar dat zou me minder aantrekken vanwege het feit dat ze niet altijd de verheffing van de mens uitdragen.
Kastelen hebben ook vaak de neiging iets gewelddadigs na te laten.
Toch is het juist dat muffe, die vochtige lucht, bezwangerd van afbraak, die me trekt.
Om daar opnieuw hoop in te brengen, adem in te blazen, die maakt dat de stenen muren opgebouwd door de arbeiders, slaven van een dwingende macht, een waarachtige bestemming krijgen.
Want er is eigenlijk maar één allesoverheersende drive bij kunst maken en dat is de exploratie van de creatieve mens.
Als ik ga zeggen ik ga kunst maken, zou het beter zijn om gewoon aan het werk te gaan en je eigen ding doen: creëren.
Iedereen een kunstenaar......